|
co2 UITSTOTEN
BIJZONDERHEDEN VAN ELEKTRICITEIT
Elektriciteit is zeker de energie van de toekomst; het
grootste deel van de energie alternatieven die in beeld gebracht worden voor de
toekomst zijn gebaseerd op de productie van elektriciteit. Daar bovenop bestaan
er productiemiddelen (zonne-energie, waterkracht,…) die geen of weinig CO2
produceren. De elektriciteitsbehoefte varieert op 24u, dit op basis van de
menselijke activiteit. Hieronder ziet men, op 24 u een evolutie van de
elektriciteitsbehoefte tijdens de winter.

De stockage van elektriciteit op grote
schaal is zeer moeilijk. De productie uitrustingen moeten aangepast
zijn voor de behoeftes maximaal te kunnen dekken die zich tijdens
korte periodes voordoen. Er bestaan dus periodes waarbij het
verbruik van elektriciteit veel lager ligt dan de beschikbare
capaciteit.
De decentraliseerde
accumulatietechnieken voor warmte staan toe gebruik te maken van
deze periodes, voor de opwarming van de lokalen te verzekeren zonder
extra behoeftes op te roepen van de centrales of de infrastructuur
van het net. Het vlakmaken van de curves van het
elektriciteitsverbruik verbetert het globale rendement van de
productie installaties die hierdoor veel langer kunnen werken op hun
maximale rendementspunt. De verbetering van het globale rendement
van energetische uitrustingen door het vlakmaken van de behoeftes
kan men door de technologie van hybride auto’s verduidelijken. Bij
deze werkt de motor praktisch altijd op zijn maximale rendement en
de batterijen en de elektrische motoren dienen als buffer . De
conversie in elektriciteit moet theoretisch leiden tot een verlies
van rendement, maar de globale balans is het omgekeerde en met stelt
vast, dat de hybriden op zijn minst 40% minder CO2 produceren.
Als men de curve hierboven analyseert,
stelt men vast een beschikbaarheid tijdens de daluren, zelfs als men
zeer matig blijft, van minimum 2GW , overeenkomstig met 2
miljoen KW. Zelfs als de maatregelen voor de limitering van de
algemene energiebehoeftes er in slagen de stijging te verminderen
tot 2% per jaar, zal de absolute waarde van de daluren groeien met
ongeveer 40.000 Kw per jaar, wat zeker veel hoger ligt dan het
vermogen van de accumulatoren geïnstalleerd tijdens dezelfde
periode. Er is dus geen sprake van enige angst, wanneer men de
continuiteit van deze markt toelaat, dat er zich een vulling van de
mogelijke daluren zal voordoen, verre van dat!
RENDEMENT :
De meest gegeven kritiek tegen
elektrische verwarming is dat het rendement van de
elektriciteitsproductie via de klassieke brandstoffen (van ongeveer
55% voor de meest recentste centrales) zeer inferieur is aan deze
die rechtstreeks hun energie verkrijgen van individuele
verwarmingen. Als deze redenering geldig zou zijn als men
elektriciteit via gas produceert, zal het zijn relevantie verliezen
wanneer men hernieuwbare energie, als productiebron gaat gebruiken.
Wat is inderdaad de zin van zo een rendement voor elektriciteit
geproduceerd door een windmolen? Spreekt men van het rendement van
thermische of fotovoltaïsche zonnepanelen te vergelijken met
de 1000 kWu per jaar bruto, die over hun oppervlakte vallen ? In
plaats van zich te beperken tot een rendement afkomstig van de
stoomcyclus van de turbine, zou men overtuigd moeten zijn van de
mogelijkheid de indirecte toegang te verschaffen aan particulieren
van niet gebruikte energiebronnen . Zoals altijd is de elektrische
verwarming geassocieerd met de verhoogde niveau’s voor de thermische
isolatie van de verblijven en met een controle van de ventilatie.
Elektrische verwarming is dus synoniem voor hoge energieprestaties
van de gebouwen. De nieuwe generatie van inertiele
verwarmingen met een verbeterd verbruik, hebben niets gemeen meer
met de oude accumulatieverwarmingen die oververhitting kunnen
veroorzaken door het ontbreken van de juiste manier voor de
verspreiding van de opgeroepen warmte. De actuele elektronische
regulatie zorgen voor een nauwgezette regulatie van de temperatuur,
vlotheid van gebruik en programmatie van de temperaturen per lokaal.
En nog meer, deze toestellen verspreiden een belangrijk deel van hun
warmte via straling die het toelaat, voor om het even welk comfort,
een lagere omgevingstemperatuur in te stellen, veel lager dan de
traditionele systemen waardoor er dus supplementaire energetische
rendementspunten zijn.
HET OOGSTANDPUNT VAN FRANKRIJK :
De franse regelgeving houd rekening met, niet alleen het begrip van
het verbruik van primaire energie, maar ook met de hoeveelheid
uitgestoten C02 door de verschillende types van verwarming. In
frankrijk, is de hoeveelheid CO2 , uitgestoten per Kwh en
geproduceert in elektrische centrales zeer laag ( nucleaire
centrales en hydraulische centrales). Dus in dit geval is de CO2
uitstoot door de systemen van elektrische verwarming lager dan deze
afkomstig van traditionele manieren voor verwarming.
Om gelijktijdig rekening te houden met de primaire energiecriteria’s
en de uitstoot van CO2 , is de thermische regulatie van de gebouwen,
RT2005 genoemd, bepaald met verschillende limieten afhankelijk van
de manier van verwarmen namelijk fossiele brandstoffen of
elektriciteit. ( zie artikel 37 van RT2005).
Zelfs zonder de heisa te bekijken rond de kerncentrales, is het
nodig te onderstrepen dan, in België, de verbruiker kan opteren voor
groene stroom, geproduceerd met weinig CO2 uitstoot.
In dit geval, maar via een totaal ander spoor, kan hier hetzelfde
resultaat bereikt worden dan in Frankrijk en mogen we dezelfde
nuance gebruiken betreffende de thermische regelgeving.
|
SAMENVATTING :
In Belgie, kan de verbruiker opteren voor de aankoop
van groene stroom, die
geproduceerd is, op duurzame manier, met een minimale
uitstoot van CO2.
Via deze keuze en deze van verwarmingstoestellen met
voorrang aan nachtverbruik kiest de verbruiker ervoor de
ontwikkeling te steunen van alternatieve manieren voor
de productie van elektriciteit. Hij geniet van een
verwarmingssysteem praktisch zonder C02 uitstoot en
laat het net vrij voor de andere gebruikers tijdens de
piekperiodes.
Deze elektrische toepassing heeft dus zijn plaats in het
kader van een diversificatie van de gebruikte energieën
voor de verwarming van zeer goed geïsoleerde gebouwen.
|
 |
|